← Alle artikelenPraktijk

De Vinted-vrijstelling: waarom gerapporteerd worden niet gelijk is aan belasting betalen

2026-09-22

Inhoudsopgave
  1. 01Wat DAC7 eigenlijk doet
  2. 02De echte vraag: wat is “normaal beheer van je privévermogen”
  3. 03Sinds 2026 is er een harde grens bijgekomen
  4. 04En boven de €2.000?
  5. 05Waarom ik zelf wél geregistreerd ben
  6. 06Wat je concreet bijhoudt als bewijs

Je zit boven de 30 verkopen op Vinted dit jaar. Je krijgt een melding dat je gegevens naar de fiscus gaan. En je paniekeert, want je hebt gewoon je kast opgeruimd. Kinderkleding die te klein is geworden, eigen garderobe die je niet meer draagt. Geen winkeltje, geen inkoop, geen winstoogmerk.

Hier is het punt waar de meeste uitleg over DAC7 misgaat: gerapporteerd worden en belasting moeten betalen zijn twee compleet verschillende dingen. Het ene is een administratieve meldingsplicht voor het platform. Het andere is een fiscale kwalificatie van jouw inkomen. Ze hebben toevallig dezelfde drempel van €2.000, maar ze zijn juridisch niet aan elkaar gekoppeld.

Wat DAC7 eigenlijk doet

DAC7 is een Europese richtlijn die platformen zoals Vinted, 2dehands en Airbnb verplicht om gebruikersgegevens door te geven aan de fiscus, zodra je in een kalenderjaar 30 of meer verkopen doet, of meer dan €2.000 aan opbrengst behaalt. Eén van de twee is genoeg. Vinted stuurt dan je naam, adres, geboortedatum, fiscaal identificatienummer, aantal transacties en totale opbrengst door naar de FOD Financiën.

Dat is het. Dat is alles wat er op dat moment gebeurt. Er wordt geen belasting geheven, geen aanslag opgemaakt, geen kwalificatie toegekend. Het is een gegevensstroom, geen belastingbeslissing. De fiscus krijgt inzicht, en gebruikt die data sinds 2025 systematisch voor risicoanalyses. Maar inzicht hebben in wat je verkocht hebt, is niet hetzelfde als vaststellen dat je daar belasting op moet betalen.

De echte vraag: wat is “normaal beheer van je privévermogen”

De Belgische fiscale doctrine kent een categorie die precies dit soort verkoop afdekt: normaal beheer van het privévermogen. Verrichtingen die daaronder vallen, zijn belastingvrij. Punt.

Volgens de vaste administratieve interpretatie gaat het om normaal beheer wanneer een verrichting niet met speculatieve bedoeling wordt gedaan, en niet door herhaling de aard krijgt van een winstgevende bezigheid.

Je kast opruimen na een verhuis, kinderkleding doorverkopen omdat je kind gegroeid is, je eigen garderobe uitdunnen omdat je smaak veranderd is: dat is per definitie geen speculatie. Je hebt die spullen niet gekocht om er winst op te maken. Je verkoopt ze omdat je ze niet meer nodig hebt. En de bewijslast dat iets niet onder normaal beheer valt, ligt bij de fiscus, niet bij jou.

Dit is geen nieuwe of vage vuistregel. Het is de lijn die de rechtbanken al jaren trekken in vergelijkbare zaken. In 2022 oordeelde het hof van beroep in Antwerpen dat een whiskyliefhebber die regelmatig flessen kocht en verkocht binnen normaal beheer bleef, omdat er geen speculatieve intentie was, ondanks de regelmaat. Bij een verkochte wedstrijdduif oordeelde de rechtbank net zo: zonder speculatief opzet blijft het normaal beheer, zelfs bij een groot bedrag.

Sinds 2026 is er een harde grens bijgekomen

Tot voor kort was dit allemaal feitenkwestie: geen vaste drempel, alleen criteria die je geval per geval moest afwegen. Dat verandert met de personenbelastinghervorming die vanaf inkomstenjaar 2026 van kracht is.

Er komt een de-minimisregel in artikel 90, eerste lid, 1° WIB92: onder een bepaald bedrag aan bruto-opbrengsten uit occasionele verrichtingen met roerende goederen (denk: kleding, spullen, verzamelobjecten) geldt een wettelijk, onweerlegbaar vermoeden van normaal beheer. Onweerlegbaar betekent: de fiscus kan het niet meer betwisten, zelfs niet als hij het zou willen. Het basisbedrag is €972, geïndexeerd naar €2.000 voor inkomstenjaar 2026.

Zie je het patroon? Dat is exact hetzelfde bedrag als de DAC7-rapporteringsdrempel. Niet omdat de twee wetten elkaar overlappen, maar omdat de wetgever precies dit scenario wilde afdekken: mensen die door DAC7 in beeld komen, maar wiens verkoop feitelijk nooit belastbaar was. Vandaar de bijnaam die her en der al opduikt: de “Vinted-vrijstelling.”

Concreet, en dit is het scenario uit de titel: heb je 35 verkopen gedaan voor in totaal €1.500, dan word je gerapporteerd via DAC7 (want 30+ transacties), maar val je automatisch en onweerlegbaar onder normaal beheer voor de fiscus (want onder €2.000). Gerapporteerd, niet belastbaar. Beide dingen zijn tegelijk waar.

En boven de €2.000?

Boven die grens verlies je niet automatisch je vrijstelling. Je verliest alleen het automatische, onweerlegbare karakter ervan. Je valt terug op de klassieke criteria-test van hierboven: was er speculatieve intentie, en heeft de regelmaat een winstgevende bezigheid van je verkoop gemaakt.

Dingen die in jouw voordeel spelen bij die afweging:

  • Je verkoopt spullen die je zelf hebt aangeschaft voor eigen gebruik, niet om door te verkopen.
  • Je koopt niet systematisch nieuwe voorraad aan om opnieuw te verkopen.
  • Je gebruikt geen geleend geld om aankopen te financieren.
  • Je hanteert geen professionele structuur: geen btw-nummer voor deze activiteit, geen actieve marketing, geen ingekochte voorraad die je aanhoudt in afwachting van een goede prijs.
  • Je verkoopt vaak onder of rond je oorspronkelijke aankoopprijs, niet systematisch met winstmarge.

Dingen die tegen je spelen: regelmatig dezelfde soort items opkopen om ze door te verkopen, financiering met vreemd kapitaal, een snelle opeenvolging van aan- en verkoop die wijst op een georganiseerde aanpak. Zodra dat patroon zichtbaar wordt, kan de fiscus de inkomsten herkwalificeren als divers inkomen (art. 90, 1° WIB92) of, bij een echte professionele activiteit, als beroepsinkomen (art. 23, §1, 1° WIB92). Bij beroepsinkomen loopt de progressieve belasting op tot 50%. Ik ga dieper in op die drie fiscale categorieën, DAC7 en de btw-drempels in belasting betalen op Vinted verkopen in België.

Waarom ik zelf wél geregistreerd ben

Ter contrast, en om het onderscheid scherp te maken: ik ben sinds februari 2025 officieel student-zelfstandige voor Studio Maud. Niet omdat ik boven een drempel zit, maar omdat mijn activiteit sowieso niet onder normaal beheer valt. Ik koop vintage Ralph Lauren-stukken specifiek aan om ze met winst door te verkopen. Dat is precies de speculatieve, systematische aan- en verkoop die de criteria hierboven als niet-normaal beheer bestempelen, los van hoeveel transacties of omzet ik doe. Bij mij is er geen grijze zone: aankoop met winstoogmerk en regelmaat is per definitie een winstgevende bezigheid.

Dat is het verschil met iemand die zijn eigen garderobe of de outgroeide kinderkleding van zijn kinderen verkoopt: bij mij begint het traject bij de aankoop met de bedoeling om te verkopen, bij de occasionele verkoper begint het bij spullen die al in huis waren, aangeschaft voor eigen gebruik, zonder enig verkoopplan op voorhand.

Wat je concreet bijhoudt als bewijs

Als de fiscus ooit vragen stelt, of als je gewoon zeker wil zijn dat je dossier klopt, helpt het om dit paraat te hebben:

  • Een overzicht van wat je verkocht hebt en wanneer je het aanschafte. Simpel lijstje volstaat: artikel, aankoopmoment (ook al is dat “een paar jaar geleden, voor eigen gebruik”), verkoopmoment, verkoopprijs.
  • Foto’s of beschrijvingen die tonen dat het gebruikte, eigen spullen waren, geen nieuwe of ongebruikte voorraad.
  • Geen aankoopbewijzen die wijzen op stelselmatige inkoop met het oog op doorverkoop. Ontbrekende aankoopbonnen zijn geen probleem, ze horen bij “ik heb dit ooit gekocht om te dragen,” niet bij “ik heb dit ingekocht om te verkopen.”
  • Een grove inschatting van je eigen aankoopprijs versus verkoopprijs. Verkoop je vaak onder je oorspronkelijke aankoopprijs, dan is dat een sterke indicator van normaal beheer: je maakt geen winst, je zet gewoon spullen af.
  • Geen advertentie- of marketingactiviteit rond je verkoop, en geen actief aangekochte voorraad die je aanhoudt.

Dit hoeft geen boekhouding te zijn. Het is een dossier dat binnen tien minuten aantoont dat je gewoon je kast opruimt, en niet handelt.


Dit artikel geeft een feitelijke schets van de huidige regelgeving, inclusief een recente wetswijziging (de-minimisregel vanaf inkomstenjaar 2026) waarvan de definitieve status op het moment van schrijven niet met volledige zekerheid te bevestigen was. Check bij twijfel over je eigen situatie de laatste stand via FOD Financiën of een boekhouder, zeker als je opbrengst dicht bij de €2.000-grens zit.

Verder lezen